Fysieke datacenterbezoeken blijken grotendeels overbodig

Met enige regelmaat kom ik potentiële klanten tegen die veel waarde lijken te hechten aan de reistijd tot onze datacenters. Deze bedrijven gaan er namelijk vanuit dat ze vaak fysiek in het datacenter aanwezig moeten zijn. Maar is dat wel zo? Volgens mij is het in de meeste gevallen vooral een kwestie van ‘kunnen’ in plaats van ‘moeten’. Inmiddels hebben we zelfs cijfers die dit aantonen.

Het valt niet te ontkennen dat het soms noodzakelijk is dat een systeembeheerder fysiek bij zijn servers moet zijn. Bijvoorbeeld in het geval van storingen of als er fysieke configuratiewijzigingen gedaan moeten worden. Dan wil je vanzelfsprekend liever dat je datacenter zich op minder dan een half uur rijden bevindt. Maar dit zijn uitzonderlijke omstandigheden die absoluut niet vaak voorkomen. De meeste gangbare handelingen in het datacenter worden van afstand gedaan. En dankzij virtualisatie en redundantie heeft een storing in de hardware geen directe impact op de uptime, waardoor het niet direct noodzakelijk is om met spoed naar het datacenter te reizen.

Gevoelsmatige barrière

Onlangs deden wij onderzoek onder onze klanten om een helder beeld te krijgen van hun bezoeken aan onze datacenters, en met name hoe die zich verhouden tot hun reisafstand. De resultaten waren heel verhelderend. Bijna de helft van de klanten van Previder zijn binnen een straal van 50 kilometer van de datacenters gevestigd. De grotere afstanden zijn redelijk gelijk verdeeld en zijn samen ook bijna 50 procent. Dan blijft er slechts 1,41 procent over dat verder dan 200 kilometer weg ligt. Er zijn dus blijkbaar maar heel weinig bedrijven die over de gevoelsmatige barrière heen willen stappen. En dat terwijl de prijsvoordelen voor deze bedrijven echt aanzienlijk kunnen zijn. Recent nog maakte ik een offerte voor een potentiële klant uit de Randstad. De prijs voor exact dezelfde datacenterdiensten bleken bij Previder substantieel lager te zijn dan de prijs bij een datacenter in hun eigen regio! Voor zo’n forse besparing zou ik persoonlijk met liefde een paar keer per jaar wat langer in de auto willen zitten.

Bezoekcijfers in de praktijk

Op basis van de geanonimiseerde bezoekerslogs van onze datacenters kwamen we tot een interessant overzicht van het gemiddelde datacenterbezoekgedrag van onze klanten. Het jaarlijkse bezoek per klant blijkt te variëren tussen de één en tien keer. Belangrijke detail: de klanten die het dichtst bij onze datacenters gevestigd zijn, blijken veruit het meeste op bezoek te komen. En de categorie boven de 200 kilometer? Die komen slechts één keer per jaar.

We hebben uiteraard geen inzicht in de redenen voor alle individuele bezoeken, maar de cijfers tonen onomstotelijk aan dat klanten op grotere afstand aanzienlijk minder noodzaak ervaren om naar het datacenter te komen. En waarom zouden ze ook? Ze kunnen de meeste zaken prima van afstand regelen, en hebben voldoende aan een of twee bezoeken per jaar. Voor deze klanten hebben wij overigens ook onze ‘remote hands’ service. Dit houdt in dat onze medewerkers fysieke handelingen voor klanten kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld het aan- of uitzetten van systemen, patchkabels wisselen, of een cd-rom of usb-stick invoeren. Dit maakt fysiek bezoek vrijwel overbodig. Voor de klanten die dichterbij zijn gevestigd is het geen probleem om even naar het datacenter te rijden. Maar is het noodzakelijk? In de meeste gevallen waarschijnlijk niet.

Kosten versus baten

Je kunt de datacenterbranche goed vergelijken met de woningmarkt. In de Randstad is alles aanzienlijk duurder dan daarbuiten. Het voordeel bij datacenters is echter dat de reistijd eigenlijk niet zo relevant is. Wonen in Hengelo en werken in de Randstad is eigenlijk niet realistisch, maar een bedrijf in de Randstad kan zijn IT-infrastructuur prima in een datacenter in Hengelo huisvesten. De prijsvoordelen zijn zo groot dat het voor bedrijven in de Randstad zeker de moeite waard is om een datacenter buiten de Randstad te overwegen. Dankzij betaalbare glasvezelverbindingen is er zo goed als geen verschil in snelheid en latency.

Conclusie: de gedachte dat een datacenter op korte reistijd moet zitten, is achterhaald en niet meer relevant in de huidige tijd.

Rob Pijffers

Rob Pijffers is Partnermanager bij Previder. Tijdens eerdere functies heeft Rob een ruime ervaring opgebouwd op het gebied van sales. De uitdaging voor Rob zat hem in het feit dat hij zich bij Previder richt op het indirecte partnerkanaalschappen in plaats van eindgebruikers. Deze rol vervult hij bij Previder sinds 2005.

profiel bekijken

Blijf op de hoogte!

Wil jij op de hoogte blijven van vacatures, traineeships en loopbaanontwikkeling?
Meld je dan aan voor de nieuwsbrief.

aanmelden